Terug naar blog
4 min leestijd SEO

Titel en meta description: wat er in de zoekresultaten van je pagina staat

De titel, de beschrijving en de URL zijn het enige deel van je site waar jij bepaalt wat er in Google staat. Lengtes, voorbeelden en de fouten die het vaakst voorkomen.

Titel en meta description: wat er in de zoekresultaten van je pagina staat

Een zoekresultaat is drie regels breed: een titel, een adres en een beschrijving. Dat is alles wat iemand van je pagina ziet voordat hij besluit of hij klikt. Het is ook het enige deel van je website waar jij precies bepaalt wat er staat, en juist daar laten de meeste sites punten liggen.

Dit artikel gaat over de onderdelen die dat zoekresultaat bepalen: de paginatitel, de meta description, de URL, de taal van de pagina en de favicon. Het zijn de controles die je in een SEO-rapport terugvindt onder “Weergave in zoekresultaten”.

De paginatitel

De titel staat in de broncode als <title> en is de klikbare kop in het zoekresultaat. Het is het sterkste signaal op de pagina over waar hij over gaat, en tegelijk je advertentietekst. Ontbreekt hij, dan verzint Google er zelf een uit de inhoud van de pagina, en dan bepaal jij niet meer wat er staat.

Twee dingen gaan er in de praktijk mis. Te kort is de eerste: “Home” of “Diensten” vertelt een zoeker niets en levert geen enkele reden om te klikken. Te lang is de tweede: Google kort titels in rond de zestig tekens op desktop en eerder op mobiel. Het meet daarbij pixels, geen tekens, dus een titel met veel hoofdletters of brede letters valt eerder weg.

Wat wel werkt: zet de woorden waarmee je je onderscheidt vooraan en je bedrijfsnaam achteraan. “Dakreparatie in Etten-Leur | Wener Dakbedekking” leest beter dan “Wener Dakbedekking | Home | Dakdekker, dakreparatie, dakisolatie, Noord-Brabant”. Geef elke pagina een eigen titel: dezelfde titel op tien pagina’s is voor Google een reden om hem te vervangen.

Houd tussen de twintig en vijfenzestig tekens aan. Google beschrijft zijn eigen uitgangspunten in de documentatie over titellinks.

De meta description

De beschrijving onder je titel is geen rankingfactor. Google heeft dat meermaals bevestigd: je komt er niet hoger door te staan. Wat hij wél doet is bepalen of iemand op jouw resultaat klikt of op dat van de concurrent eronder, en dat is uiteindelijk hetzelfde geld.

Mik op honderdtwintig tot honderdzestig tekens. Korter benut de ruimte niet, langer wordt midden in een zin afgekapt. Schrijf per pagina een eigen beschrijving en zet er iets concreets in: waar je werkt, wat het kost, hoe snel je kunt komen. “Wij zijn een dynamisch bedrijf met oog voor kwaliteit” zegt niets; “Dakreparatie in Etten-Leur en omgeving, binnen 48 uur ter plaatse, vaste prijs vooraf” zegt alles.

Houd er rekening mee dat Google je beschrijving regelmatig vervangt door een fragment uit je eigen tekst, als dat beter bij de zoekopdracht past. Dat is geen straf, en het is ook geen reden om er dan maar geen te schrijven: in de gevallen waarin hij hem wel gebruikt, is het jouw tekst die de klik oplevert. Google legt zijn keuzes uit bij snippets.

De URL

Het adres van je pagina verschijnt in het zoekresultaat als kruimelpad. /diensten/dakreparatie vertelt een zoeker waar hij terechtkomt; /index.php?p=42&cat=7 niet. Gebruik woorden die mensen begrijpen, scheid ze met streepjes en houd het pad kort.

Twee veelgemaakte fouten. De eerste is zoekwoorden in de domeinnaam kopen: Google heeft duidelijk gemaakt dat woorden in het domein zelf nauwelijks effect hebben, dus dakreparatie-etten-leur-goedkoop.nl levert niets op wat je naam niet ook oplevert. De tweede is bestaande URL’s herschrijven voor de SEO. Doe dat alleen als er een goede reden voor is, en dan altijd met een 301-redirect van oud naar nieuw, anders gooi je weg wat die pagina’s in de loop der jaren hebben opgebouwd.

De taal van de pagina

Een pagina hoort in de broncode te vertellen in welke taal hij geschreven is: <html lang="nl">. Zoekmachines gebruiken dat om je aan het juiste publiek te tonen en schermlezers gebruiken het om de juiste uitspraak te kiezen. Het is één attribuut en het staat er of het staat er niet.

Heb je meerdere talen, dan komt daar hreflang bij: een verwijzing van elke pagina naar zijn vertalingen, zodat Google de Nederlandse versie aan Nederlandse zoekers laat zien en de Engelse aan de rest.

De favicon

Op mobiel zet Google een klein pictogram naast je zoekresultaat. Heb je er geen, dan staat daar een grijze wereldbol tussen de logo’s van je concurrenten. Een favicon van 48 bij 48 pixels (of een veelvoud daarvan), gelinkt vanaf je homepage, is genoeg. Het is vijf minuten werk en het is het verschil tussen een merk en een anonieme regel.

Wat je vandaag kunt doen

  • Zoek je eigen bedrijf op Google en kijk naar je zoekresultaat zoals een klant dat ziet.
  • Controleer of elke belangrijke pagina een eigen titel heeft van twintig tot vijfenzestig tekens, met het onderscheidende woord vooraan.
  • Schrijf voor diezelfde pagina’s een beschrijving van honderdtwintig tot honderdzestig tekens met een concreet aanbod erin.
  • Kijk of je URL’s leesbaar zijn. Laat bestaande adressen met rust, tenzij je redirects inricht.
  • Controleer of er een favicon is en of de taal in de broncode klopt.

Wil je weten hoe jouw pagina er op deze punten voor staat, zonder er zelf in de broncode voor te duiken? Doe de gratis SEO-check: je ziet binnen enkele seconden je score en wat er per onderdeel gemeten is.

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang de nieuwste inzichten over webontwikkeling, AI en digitale marketing in je inbox.